miércoles, 4 de julio de 2012

Mexico.


Robert Lemm

MEXICO

De georganiseerde misdaad is van alle tijden, maar soms neemt ze vormen aan waardoor de georganiseerde samenleving zich rechtstreeks uitgedaagd voelt. Reden voor de Staat om dan de oorlog te verklaren. En dat is in Mexico het geval sinds 2006. Met inzet van politie en leger probeert de regering van Felipe Calderón de drugsbendes op de knieën te krijgen, maar zonder resultaat. In sommige van ’s lands deelstaten regeert de narco-mafia samen met de reguliere administratie. De corruptie is nagenoeg geïnstitutionaliseerd en men spreekt van zestigduizend doden over de afgelopen zes jaar. De directe oorzaken zijn in grote lijnen bekend. De Verenigde Staten zijn de onverzadigbare afnemer van cocaïne en leverancier van wapens aan de elkaar beconcurrerende Mexicaanse kartels. De meeste slachtoffers sneuvelen in die concurrentiestrijd, maar het aantal omstanders dat daarnaast het loodje legt is zo omvangrijk dat in Mexico een dodencultuur bloeit met de schijn van heiligheid: ‘la Santa Muerte’.
Een beroemd slachtoffer van die Heilige Dood was de aartsbisschop van Guadalajara, kardinaal Juan Jesús Posadas Ocampo, die op 24 mei 1993 werd omgelegd op het internationale vliegveld van zijn stad. De ware toedracht is nooit achterhaald. Hij zou in het schootsveld hebben gestaan van twee op elkaar vurende drugsbazen. Als hoofdschuldige werd de baas van het Sinaloa kartel aangewezen, Joaquín Guzmán Loera, bijgenaamd El Chapo. El Chapo, momenteel capo di capi en in 2009 door het Amerikaanse zakentijdschrift Forbes onder de welvarendste mensen ter wereld gerekend, werd een jaar of wat na de aanslag op de kardinaal gearresteerd in Guatemala door wie die daar onlangs tot president werd gekozen. Begin 2001 ontsnapte hij uit de zwaarbewaakte gevangenis van Puente Grande (in de deelstaat Jalisco) en sindsdien is hij uitgegroeid tot de sterkste man van Mexico. Op verschillende plaatsen is hij gesignaleerd, maar de overheid laat hem ongemoeid. Het lijkt erop dat president Calderón de strijd heeft opgegeven en zich bij de overmacht van de georganiseerde misdaad heeft neergelegd, in de hoop dat de bendes elkaar afslachten. El Chapo wordt onderwijl in ballades toegezongen als weldoener, en daarin lijkt hij op de Colombiaanse drugsbaas Pablo Escobar, die in de jaren negentig sneuvelde en wiens praalgraf te Medellín is uitgegroeid tot bedevaartsoord. Het Robin Hood-idee van rijken plukken en armen van de buit laten meeprofiteren is daar debet aan.
Een aanverwant chapiter vormen de media. Eind april werd de onderzoeksjournaliste Regina Martínez vermoord in Veracruz, waar de kartels van Sinaloa en Los Zetas (een voormalige elite groep van het leger) om de macht strijden. Ze is een van de acht verslaggevers die vlak daarvoor in hetzelfde district zijn omgebracht. Martínez werkte voor het tijdschrift Proceso, een van de weinige organen die de toedracht van ‘executies’ boven water probeert te krijgen. De meeste televisiekanalen en kranten staan onder toezicht van de regering en die schuiven iedere slachting automatisch af op de drugsbendes. Maar in de marge werken er nog berichtgevers die hun gegevens krijgen via de kartels, die graag hun imago opschonen tegenover het vuil dat de officiële publiciteit over ze uitstort. Ook wordt er informatie gelekt door plaatselijke bestuurders om magistraten te compromitteren die met de kartels samenwerken. Hoe het ook zij, wie de misdaden en de corruptie onderzoeken, zitten tussen twee vuren en lopen groot gevaar. Er zijn in de afgelopen zes jaar al meer dan zestig verslaggevers geliquideerd.
Op 5 mei jl. gaf een Mexicaanse verdediger van de mensenrechten, Omar Rábago Vital, een verslag in een Amsterdams café voor een vereniging van Mexicanen in Nederland (Mexicanos por la Paz). Hij vertegenwoordigt de vrijheid van het woord en de bescherming van journalisten door de in 2009 opgerichte organisatie Article 19. Zijn boodschap luidt dat de Mexicaanse Staat medeplichtig is aan het geweld tegen onafhankelijke rapporteurs. De Mexicaanse democratie draagt het principe van de Vrije Meningsuiting weliswaar hoog in het vaandel, maar door de oorlog tegen de drugskartels is de waarheid te gevoelig geworden om het principe te handhaven. De media dienen om de aandacht af te leiden naar lichtere onderwerpen. En verreweg de meeste commentatoren passen zich aan.
De criminalisering van Mexico staat niet op zich. Niet alleen de machtige noorderbuur heeft vuile handen – de politie in de staat Arizona is voor meer dan de helft verweven met de drugshandel (Proceso) -, veel Latijns Amerikaanse landen zijn geïnfiltreerd door met name het kartel van Sinaloa. Een van de dekmantels vormen de plaatselijke kerken. Ook in Europa, met name in Spanje, hebben de drugsbazen hun handlangers. Pogingen van vredesactivisten om de drugs te legaliseren ten einde de angel uit het lucratieve bedrijf te verwijderen, stuiten op weerstand van de Noord Amerikaanse Drugs Enforcement Administration  (DEA, waarbij inmiddels zoveel ambtenaren al zolang  hun brood verdienen dat ze belang hebben bij het voortbestaan van de illegaliteit.
De hogere politiek kan tijdelijk roet in het lucratieve eten gooien. Aanstaande presidentsverkiezingen in Mexico eisen van Felipe Calderón en zijn partij successen in de drugsoorlog. President Obama zou voor zijn herverkiezing graag El Chapo uitschakelen, zoals hij dat eerder deed met Osama-bin-Laden.
Hoe heeft het in dit – volgens de illustere natuurvorser en ontdekkingsreiziger Alexander von Humboldt - mooiste land ter wereld ooit zover kunnen komen? Een van de oorzaken ligt in het diepgewortelde wantrouwen jegens de Staat, typerend voor heel Latijns Amerika. De Spaanse ridder Don Quijote weigerde tegen het eind van zijn leven de georganiseerde criminaliteit te veroordelen in de persoon van Roque Guinart, de Chapo Guzmán van zijn tijd. Die vond hij niet slechter dan de vertegenwoordigers van de georganiseerde samenleving. Als heilzame uitweg hield de ridder zijn leerlingen het ronddolend bestaan voor.

No hay comentarios:

Publicar un comentario